Inleiding
Definitie:
Diarree is het gevolg van een verstoring van de vertering door een infectieuze of niet-infectieuze oorzaak.
Oorzaak:
De oorzaak van diarree kan besmettelijk of niet-besmettelijk zijn dan wel een combinatie van beiden.
Infectieuze oorzaken:
• Virussen: Rota, Corona, BVD
• Bacteriën: E-coli, Salmonella typhimurium, Salmonella dublin
• Protozoa: Cryptosporidiose, Coccidiose
|
Infectieuze oorzaken
|
|
|
|
|
E-coli bacterie
|
Rotavirus
|
Gemiddelde leeftijd kalf bij optreden infectieuze diarree veroorzaakt door:
• Rota en Corona virus: 3 dagen t/m week 3 a 4
• BVD virus: vanaf week 10
• E-coli: week 1 t/m week 11
• Salmonella: week 2 t/m week 8
• Cryptosporidiose: week 2 t/m week 9
• Coccidiose: vanaf week 4
Niet-infectieuze oorzaken kunnen zijn:
• voedingsfouten: wisselende voertijden, mengfouten, gebruik van vuil materiaal / leidingen
• verkeerde drinkwatertemperatuur, overvoeren, gemengd aanbieden van melk en ruwvoer
• voedingsdiarree: gewenning aan de melkpoeder gedurende de eerste week
• huisvesting: vocht, tocht, vervuilde materialen
• medicijnen: bijwerkingen, verkeerde toepassing
• urinedrinken door een verstoorde vochtbalans
Beschrijving:
In de darm van het kalf bestaat een nauw evenwicht tussen de opname van vocht (resorptie) en de afgifte van darmsappen (secretie: ongeveer 6 liter per uur). Dit evenwicht kan door vele besmettelijke of niet besmettelijke oorzaken verstoord worden. Het gevolg is het verlies van een (grote) hoeveelheid vocht met de ontlasting: diarree.
De volgorde waarin de verschijnselen optreden bij vochtverlies via de darm zijn:
• lusteloosheid
• verminderde eetlust
• zwakke of afwezige zuigreflex
• koude neus, oren en poten als gevolg van een verminderde bloeddoorstroming
• uitdrogingsverschijnselen (diepliggende ogen, verminderde huidelasticiteit)
• hijgen als gevolg van een compensatie van de verzuring van het kalf
• slap worden en veel liggen (met name kalveren)
• onderkoeling in de eindfase (< 38,0°C), eventueel overgaand in shock.
Afhankelijk van de oorzaak kunnen deze verschijnselen mild tot zeer
snel (binnen enkele uren) verlopen.
Behandelen
Behandeling:
De behandeling is erop gericht de darmflora zo snel mogelijk weer normaal te laten functioneren en in eerste instantie bedoeld om het kalf of het rund te genezen. Tegelijkertijd zorgt behandeling ervoor dat de ziekte zich niet verspreidt. Het is belangrijk om op tijd, d.w.z. bij de eerste verschijnselen, te starten met de behandeling. Hoe eerder gestart wordt, des te beter het resultaat.
Behandelen van koeien met diarree:
In eerste instantie is het belangrijk om deze koeien voldoende ruwvoer aan te bieden (bij voorkeur hooi) en om middelen toe te dienen die helpen de mest vaster van samenstelling te maken. Fyto-stop poeders. Daarna kunnen poeders gegeven worden die zorgen voor een goede opbouw van de darmflora en tevens een goede penswerking stimuleren. Poeder nr. Vier.
Bij de diagnose pensacidose of SARA (subacute acidose) is het essentieel dat er naast de bovenstaande maatregelen ook elektrolyten ter bevordering van een goed zuur/base evenwicht worden verstrekt.
Poeder nr. Vier.
Raadpleeg uw dierenarts bij hoge koorts, sterk verminderde productie en/of ernstige lusteloosheid .
Behandelen van kalveren met diarree:
Essentiële maatregelen bij de behandeling van kalveren:
1. Op peil brengen van de vocht- / elektrolytenbalans. De hoeveelheid vocht dient voldoende te zijn voor onderhoud en ter compensatie van verliezen (dit kan bij een kalf van 50 kg oplopen tot 10 liter per dag). Dit kan d.m.v. een elektrolytenmix, maar bij voorkeur met corrigerende producten zoals Lactolyte 8 sachets en Lactolyte pot 900gr. Het is belangrijk het vocht meerdere keren per dag te verstrekken.
Vroege ochtend
|
1,5 - 2 liter
|
|
Halverwege de ochtend
|
|
1 - 2 liter
|
Begin van de middag
|
1,5 - 2 liter
|
|
Halverwege de middag
|
|
1 - 2 liter |
Begin van de avond
|
1,5 - 2 liter
|
|
Late avond
|
|
1,5 - 2 liter |
* Streven is om ten minste 14% van het lichaamsgewicht te geven
2. Eventueel toedienen van antibiotica om secundaire bacteriële infecties te voorkomen
3. Eventueel toedienen van een pijnstiller of darmontspannend middel
4. Verwarm het kalf door het op een rubbermat of in het stro te leggen. Bijverwarmen met een gaskap
of warmtelamp voorkomt onderkoeling
5. Bij zeer slappe kalveren die in korte tijd veel vocht verloren hebben kan de toediening van een
elektrolyteninfuus door de dierenarts levensreddend zijn. De nazorg van een kalf dat een infuus heeft
gehad is enorm belangrijk
Herstellende maatregelen als de diarree over is:
• Na de kuur kunnen eventueel aanvullend spoorelementen en mineralen toegediend worden (Totalin-AD)
Bij het optreden van diarree en ter voorkoming verdere gevolgen voor de rest van de koppel altijd de volgende zaken nalopen en waar nodig aanpassen:
• Controleer melkaanmaak en verstrekking
• Reinigen van het voersysteem en zorgen voor optimale hygiëne
• Droog houden van stal en roosters
• Als de weersomstandigheden hierom vragen de stal bijverwarmen
• Eventueel 3x daags voeren
Preventie
Preventie:
1. Optimaliseren huisvestiging en hygiëne
2. Biestmanagement
3. Voeding
1. Optimaliseren huisvestiging en hygiëne:
• schone afkalfstal
• schoon materiaal en hokken
• individuele huisvesting gedurende ten minste 1 week
• looproutes van jong naar oud
• altijd streven naar all in - all out
• reinigen en desinfecteren hokken (meeste desinfecteermiddelen zijn
niet effectief tegen Cryptosporidiose)
2. Biestmanagement:
• Biest wordt in de eerste 24 uur opgenomen / Biest van de eerste melkbeurt bevat de hoogste
concentratie antistoffen / Alle weerstand in het bloed na 48 uur is afkomstig van de biestverstrekking
• Veel, Vaak, Vlug en Vers
• Melkvee:
- Direct na afkalven minimaal 5,5 liter biest uitmelken (eerstemelks biest).
- Het kalf direct na de geboorte 2 liter biest verstrekken.
- Binnen 12 uur na de geboorte nog eens 2 liter geven.
- De resterende 1,5 liter 6 tot 8 uur na de tweede voerbeurt geven.
- Als het kalf de biest niet spontaan opneemt, zonodig met sonde verstrekken.
- Op dag twee, driemaal daags 1,5 liter biest van het tweede melkmaal verstrekken.
- Vanaf dag drie overschakelen op kunstmelk.
- Uitsluitend biest van de eigen moeder geven (behoudens noodsituaties).
• Maximale toediening binnen de eerste 24 uur
3. Voeding:
• Bereiding melk
- Goede kwaliteit kunstmelk
- Bereiding juiste temperatuur, juiste concentratie, geen klonten
- Geven op juiste temperatuur (38-40 °C)
• Altijd beschikking over schoon drinkwater
• Vanaf 2e levensweek ruwvoer en krachtvoer aanbieden